|
GEDICHTJE 17 Drie dode Avertongers op een bankje
Zegt de ene dode Avertonger tegen de andere twee: Komt liefde aan als een boot? Is er een laatste bladzijde als een boek? Is er een fatale explosie als een ramp? Kun je na je dood verliefd zijn? 1 zegt ja, 1 zegt nee En seks? Seks is alles, dus dat kan, zegt de een Seks is niet alles, dus dat kan niet, zegt de ander Komen we niet verder mee, zegt de filosofisch aangelegde vragensteller Beter pijp roken dan, zegt de eerste Dat doen ze dan maar, de drie dode Avertongers Maar, zegt de eerste weer, na het opsteken der pijpen, is een relatie een slot op de kist? Je bedoelt een doodskist? Nee, gewoon een kist Bij dood en kist denk je aan doodskist Gaat het mij niet om Moet je het ook niet zeggen dan Ksegwakwilsegge Ironisch trouwens, dat je na een leven lang zwoegen word opgesloten in een kistje, eentje die liefdeloos is gemaakt Ja, ironisch Ja, ironisch, zegt de zwijgende tweede Ze paffen hun pijp Zou toch beter moeten kunnen, zegt de dode Avertonger die zich nogal met ironie bezig houdt Zou beter moeten kunnen, beamen de andere twee Ze paffen hun pijp Is er zonder relatie een open kist? vraagt de filosofische vragensteller Vervelend toch steeds van je, dat gebruik van het verbologische woord kist Hou je mond Kseggookwakwilsegge Een open kist is gevaarlijk, zegt de (niet meer zo) zwijgende Waarom? vragen de andere twee Het vliegt weg, het verwaait Dat zeg je nu wel, zegt de filosofische Avertonger, maar wat als het nu blijft zitten, koppig, tegen beter weten in, wat moet je dan? Laten Laten? Je mag alles liefhebben Ze paffen pijp Ook een pijp? vraagt de ironicus Ja, ook een pijp, antwoordt de (steeds minder) zwijgzame
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] |
||
|
Naar de raad die het college terugfluit
|
||
Site en teksten © Desatiricus.nl |