header004
 
 

poezie satiricus

GEDICHTJE 17

Drie dode Avertongers op een bankje

 

Zegt de ene dode Avertonger tegen de andere twee:

Komt liefde aan als een boot? Is er een laatste bladzijde als een boek? Is er een fatale explosie als een ramp? Kun je na je dood verliefd zijn?

1 zegt ja, 1 zegt nee

En seks?

Seks is alles, dus dat kan, zegt de een

Seks is niet alles, dus dat kan niet, zegt de ander

Komen we niet verder mee, zegt de filosofisch aangelegde vragensteller

Beter pijp roken dan, zegt de eerste

Dat doen ze dan maar, de drie dode Avertongers

Maar, zegt de eerste weer, na het opsteken der pijpen, is een relatie een slot op de kist?

Je bedoelt een doodskist?

Nee, gewoon een kist

Bij dood en kist denk je aan doodskist

Gaat het mij niet om

Moet je het ook niet zeggen dan

Ksegwakwilsegge

Ironisch trouwens, dat je na een leven lang zwoegen word opgesloten in een kistje, eentje die liefdeloos is gemaakt

Ja, ironisch

Ja, ironisch, zegt de zwijgende tweede

Ze paffen hun pijp

Zou toch beter moeten kunnen, zegt de dode Avertonger die zich nogal met ironie bezig houdt

Zou beter moeten kunnen, beamen de andere twee

Ze paffen hun pijp

Is er zonder relatie een open kist? vraagt de filosofische vragensteller

Vervelend toch steeds van je, dat gebruik van het verbologische woord kist

Hou je mond

Kseggookwakwilsegge

Een open kist is gevaarlijk, zegt de (niet meer zo) zwijgende

Waarom? vragen de andere twee

Het vliegt weg, het verwaait

Dat zeg je nu wel, zegt de filosofische Avertonger, maar wat als het nu blijft zitten, koppig, tegen beter weten in, wat moet je dan?

Laten

Laten?

Je mag alles liefhebben

Ze paffen pijp

Ook een pijp? vraagt de ironicus

Ja, ook een pijp, antwoordt de (steeds minder) zwijgzame

 

[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20]

 

Naar volgende gedichtje >>

Naar de homepage

Naar de raad die het college terugfluit

 

Site en teksten © Desatiricus.nl