|
GEDICHTJE 18 Waarom kunnen anderen je niet uitstaan? Omdat je je bent Zo simpel is dat Je bent je met je dingetjes Koelkast die niet goed opent En je doet er niets aan Luïgheid op je werk En je schaamt je er niet voor Iemand zegt het ene En je maakt er het andere van En als iemand het andere zegt Dan uiteraard weer het ene Je kunt het niet zeggen als je iets mooi vindt Tegelijk vind je het vreselijk als anderen ergens om heen draaien Dat licht op de wc Je doet er niets aan Laconiek Sloddervos Klagerig, je zou jezelf eens moeten horen Moeilijk doen over koffie drinken na acht uur (kun je niet slapen) Of te veel wijn drinken (kun je niet slapen) Of de maan is te vol (kun je niet slapen) Of je kunt gewoon niet slapen en je zeurt erover Plagerig Want je neemt nooit iets wat serieus is serieus En dan lach je om helemaal niet zo grappige dingen Je vindt dingen goed die walgelijk zijn Die geen mens ter wereld genietbaar vindt Zoals toeters en trompetten, discomuziek, tosti's Maar hun walgelijkheid vind je wel walgelijk En gestoord Hoe komen ze erbij: Baantjer lezen? Zegeltjes sparen? Tv kijken? Oorlog verheerlijken? Je wilt niet samen zijn als je alleen bent En niet alleen zijn als je samen bent Als anderen impulsief zijn Zijn ze dwaas Als jij impulsief doet Ben je natuurlijk, mens Je vindt iedereen pretentieus Behalve jezelf Wat enorm pretentieus is Wie begrijpt er nog wat van? Alleen jij, jij, de idioot, de propagandist van je routine
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20]
|
||
|
Naar de Zeeuwse ringrijdersvereniging
|
||
Site en teksten: © Desatiricus.nl |