
DE WEDSTRIJD VAN DE EEUW
I HET IDEE VOOR DE WEDSTRIJD WORDT GEBOREN
- Ik ben het hoogtepunt van de menselijke beschaving, zei de Eiffeltoren. In de architectuur ben ik van grotere waarde dan wie ook. Geen ander monument is zo beroemd als ik.
De camera's snorden, microfoons namen op, pennen krasten over het papier. Waaronder die van Herman Rekkelpal, journalist bij De Zwarte Krant. Terwijl andere journalisten hun verhaal aan hun kranten doorgaven, stelde Herman Rekkelpal nog een paar vragen aan de toren.
- Andere monumenten stellen dus niets voor volgens u?
De toren, die zich op een bankje had neergevleid, zei:
- Ik ben veel beter.
- Als een wedstrijd gehouden zou worden tussen beroemde monumenten, zou u die winnen? vroeg Herman.
- Met gemak.
- Zou u ze vernederen en verpletteren?
- Nou en of, zei de Eiffeltoren die zich al in zijn metalen handjes wreef bij de gedachte.
Herman Rekkelpal belde snel zijn krant om zijn sensationele bericht door te geven. Natuurlijk had hij de primeur, die had hij altijd. De titel van zijn stukje luidde: Eiffeltoren daagt monumenten uit, en ging als volgt:
De Eiffeltoren gaat alle monumenten ter wereld in een wedstrijd vernederen en verpletteren! Dit zei hij op een pleintje onder de mooie kerk genaamd de Sacre Coeur in Parijs.
Andere monumenten hebben nog niet gereageerd maar de kans is groot dat ze de uitdaging aannemen. Zo is het Vrijheidsbeeld al fitnessoefeningen aan het doen met haar boek der gerechtigheid en toorts.
Sinds twee dagen zijn alle bekende monumenten ter wereld levend geworden. Een beroemd uitvinder waar helaas wel eens een steekje aan los zit, dokter Zacharias, heeft daarvoor gezorgd. Alle beroemde monumenten in de wereld kunnen praten, zingen, lopen, dansen. Ze hebben een gezicht gekregen en metalen buizen met knuisten daaraan, zodat ze ook dingen kunnen zien en vastpakken. Ze kunnen zelfs eten en drinken.
Gelukkig heeft de uitvinder alle monumenten verkleind tot een meter of tien groot, zodat ze geen al te grote brokken maken.
Het artikel werd onmiddellijk geplaatst en de extra krant onmiddellijk gedrukt. Herman Rekkelpal was in zijn nopjes met zijn stukje want alle kranten in de wereld schreven het over en het kwam op veel tv-journaals.
Dokter Zacharias was er minder mee in zijn nopjes. De beste man dribbelde woest heen en weer in zijn huiskamer. Had hij eindelijk een geniale prestatie geleverd, kreeg je zoiets in het nieuws. Een wedstrijd, hoe had die Eiffeltoren dat kunnen verzinnen? (De dokter wist natuurlijk niet dat Herman Rekkelpal deze woorden min of meer in zijn mond had gelegd.)
De dokter sloeg met een klap op tafel, wat zijn hand behoorlijk pijn deed. Hij hield daarom de hand onder de koude kraan en dacht na over de vergissing. De monumenten waren levend gemaakt zodat mensen hem, De Grote Geniale Dokter Zacharias, zouden bewonderen, en om geen enkele andere reden. Zijn collega's trokken altijd zijn genie in twijfel en zouden nu voor eeuwig moeten zwijgen.
Toen zijn pijnlijke hand voldoende was afgekoeld, dribbelde hij weer door zijn kamer, stak zijn pijp aan en bladerde hier en daar in een opengeslagen boek. In zijn huis was het een bende van opengeslagen boeken en schriften. Soms pakte hij een boek op dat hij maandenlang had laten liggen. Hij ging dan weer verder met lezen alsof er geen tijd was verstreken.
Op de televisie zag hij plotseling de trotse Eiffeltoren het middelpunt van de belangstelling zijn. Met zijn tien meter stak hij met kop en (weinig) schouder boven alle journalisten uit. De dokter staarde moedeloos naar het beeld.
Natuurlijk kon hij de bekende monumenten zo terug veranderen. Maar daarvoor had hij niet jarenlang gepuzzeld op het wondermiddel. Daarvoor had hij niet de afgelopen maanden alle monumenten stukje voor stukje ingesmeerd met dat middel. Iedereen had hem voor gek verklaard toen hij op enorme hoogtes zat te smeren. Soms was het zo heet dat hij om het half uur moest afdalen om een fles water te halen. Soms woei het zo dat het te gevaarlijk was om op grote hoogte te bungelen. Maar hij zette door en uiteindelijk was zijn werk niet voor niets geweest want de monumenten kwamen los uit hun eeuwenlange keurslijf, begonnen te bewegen en te praten, eerst nergens op slaande woorden, maar later zelfs volledige zinnen, zoals...
- Ik ben de beste, zei de Eiffeltoren op de televisie.
Dokter Zacharias deed zijn tv uit.
- Dit kan niet langer zo, zei hij tegen zichzelf.
De dokter dacht diep na. Als hij niets kon verzinnen, ging hij soms met zijn hoofd tegen de muur bonken. Soms kwam spontaan een oplossing, soms moest hij zichzelf verbinden. Juist toen hij klaar stond voor de pijnlijke handeling, sprong een glimlach om zijn lippen. Onmiddellijk sloeg hij een van de vele schriften open en begon te noteren.
Sportende monumenten kunnen mijn slimheid bewijzen!
Zijn pen stokte. Hij liep rond door de kamer. Een plan ontvouwde zich in het knappe brein van de dokter. Niemand had het in de wereldgeschiedenis ooit voor elkaar gekregen dat beroemde monumenten met elkaar gingen sporten. Men zou hem ongetwijfeld voor eeuwig dankbaar zijn.
De dokter riep:
- De wedstrijd, dat ben ik! Ik neem zelf de organisatie in handen!
Zijn cavia, die lag te soezen op de vensterbank, keek hem verstoord aan. De dokter had het beestje heel slim gemaakt. Omdat dokter Zacharias zelf zo vaak het eten vergat, wilde hij dat de cavia zichzelf eten kon geven. Dat was gelukt. De cavia pakte met twee pootjes zijn doos groentestukjes beet en schudde het leeg in een bakje. Verder had de slimheid weinig effect. De cavia lag meestal op de vensterbank naar buiten te staren. Soms legde de dokter hem een rekensom of een kruiswoordpuzzel voor. De cavia vulde dan hooguit een getal of woord in en ging vervolgens weer naar buiten staren. Het beestje draaide soms op zijn linkerzijde, soms op zijn rechter, en likte af en toe zijn vacht schoon. Het doldrieste rennen van vroeger had hij gestaakt. Dokter Zacharias wilde nu werken aan de motivatie van zijn cavia. Helaas moest hij het monumentenproject voorrang geven.
De dokter trok zijn jas aan en liep naar buiten. Aangezien hij in Parijs woonde, was het een klein stukje voor hem naar de Sacre Coeur. Aldaar zag hij de Eiffeltoren op zijn puntige kop staan. Terwijl deze werd aangestaard door een flinke groep mensen, riep hij:
- Ik kan nog veel meer!
- Ik ook, dacht de professor en hij grijnsde.
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] |