|
KLETSKOEKIESTAN
(Kletskoekiestaners – en hun buurvolken – zijn niet geïnspireerd op een of ander volk, noch is het de bedoeling dat de dictator op een 'werkelijk' persoon lijkt. Ze zijn wat ze zijn: echte Kletskoekiestaners en de echte Gerasimov Gerasimets.)
I ONVERWACHTE KENNISMAKING MET DE KLETSKOEKIESTANERS
Het uitzicht op de wolken hing Jojanneke al een poos de keel uit. Het vliegtuig bood weinig lol. Uit verveling vroeg ze aan Dik, die naast haar zat, waar dat Kletskoekiestan nou lag. Dik doet in zijn vrije tijd niets anders dan atlassen bestuderen. Hij heeft er altijd eentje bij zich en hij zei: - Het is een klein landje tussen Stuggistan, Chocowakije en Tetrisistan. - Zegt me niets, zei Jojanneke. - Foerfoelistan, zei Dik, ken je dat? - Laat maar. - Wil je niet de kaart van Foerfoelistan zien? - Nee. - Echt niet? - Ik wil alleen Houdjekleppistan zien, zei Jojanneke. Dik pakte onmiddellijk zijn atlas en begon te bladeren. - Vreemd... een nieuw land? - Ligt bij de baai van de rode tong, antwoordde Jojanneke, en de hoofdstad is Smoeldicht. - Merkwaardig... Na een poosje begreep Dik dat hij in de maling werd genomen. Hij werd niet boos want hij werd nooit boos. Hij klapte alleen zijn atlas dicht en zei: - Waarom gaan we eigenlijk daarheen? - Dat heeft de juf toch al uitgelegd, zei Jojanneke. - Heb ik dan gemist, zei Dik beteuterd. - Jij mist alles, jij zit alleen maar in die atlas te staren. Dat ging juf Zwartmuts, die naast hen zat bij het gangpad, te ver. - Je moet Dik niet zo plagen, Jojanneke, hij vindt gewoon andere dingen interessant dan jij en Ramon. - Ach, Ramon, zei Jojanneke, ik was hem al helemaal vergeten, die kleine sukkel. Ze keken alledrie naar een knulletje met stekelhaar dat aan de andere kant van het gangpad in een autoblaadje zat te lezen. - Ik ben geen kleine sukkel, zei hij zonder op te kijken, maar een grote. - Het bewijs, zei Jojanneke zuchtend. - Geen ruzie, jongens, zei de juf. Ik zal het nog een keer uitleggen. We gaan naar Kletskoekiestan voor een uitwisselingsproject met een andere school. Leerlingen van die school komen naar Amersfoort. Ik kan niet zeggen dat ik blij ben dat ons groepje is uitgekozen om hierheen te gaan. Maar we moeten niet bang zijn. - U bent volgens mij het bangst van ons allemaal, zei Jojanneke. Juffrouw Zwartmuts zei na het slaken van een diepe zucht: - Ik zeg alleen dat het potverdriedubbeltjes ons lot wel is dat uitgerekend wij erheen moeten. - Dus u bent bang, zei Jojanneke. Jojanneke is juf Zwartmuts' favoriete leerlinge maar soms kan ze het meisje wel wat doen. De juf draaide zich om naar Ramon en vroeg of hij niet iets wilde weten over Kletskoekiestan. - Boeit me niet, juf, antwoordde Ramon. - Die mensen verwachten interesse in hun cultuur, zei de juf. - Boeit me niet juf. - Ramon, cultuur, dat is... - Verspilde moeite juf, zei Jojanneke. Ramon kent maar een cultuur: die van de auto. - En die van wapens, voegde hij toe. - Echt iets om trots op te zijn, zei Jojanneke. - Doe niet zo verwaand, oelewapperes. - Hoor ik daar meuneertje onnozelehannes? Het gekibbel ging over en weer tot juf Zwartmuts riep: - Jongens, jongens, kalm! Het was stil totdat Jojanneke zei dat zij wel een vraag had: of daar pas oorlog was geweest. - Dat is al weer een tijd geleden, zei de juf. Toen hadden de Kletskoekiestaners oorlog met de Stuggistaners. - Waarom? - Dat weet niemand precies. Schijnt iets met cactussen te maken te hebben. Dat kan ik mezelf nauwelijks voorstellen. Hoewel, voorstellen is maar een kwestie van je standpunt, dat heb ik jullie wel eens eerder... - En nu? onderbrak Jojanneke haar. - Het is nu rustig, zei de juf. - Hoe kan dat? - Het leger heeft de slechte rebellen eronder gekregen. - Nou volgens mij zijn Kletskoekiestaners helemaal geen agressor, zei Jojanneke, ze worden simpelweg gerepresseerd door een groep machtswellustelingen. Juf Zwartmuts keek het meisje stomverbaasd aan. - Hoe kom je aan die woorden? - Hoor je op het journaal, juf. - Moet je geen spelletjes spelen? - Meisjes pakken de jongens zeker, zei Jojanneke schamperend, da's de wereld op zijn kop, juf. - Alsof ik daar op zit te wachten, meldde Ramon ongevraagd. De kinderen zwegen en juffrouw Zwartmuts bette haar voorhoofd met een zakdoekje en vroeg zich af waarom zij uitgerekend met deze leerlingen naar dit land moest. Het lot was haar al nooit zo goed gezind geweest, vond ze. Een leuke man vinden had haar minder meegevallen dan ze vroeger had verwacht. Toen had ze eindelijk een man, maar vond hij haar vriendin leuker. Nu was ze weer alleen. Ze kon wel haar eigen gang gaan maar ze miste toch soms een schouder om tegenaan te vlijen. Ze had wel een mooie tuin maar een mooie tuin is toch wat anders dan een mooie man. Het was ook een duur huis en leraren kregen weinig betaald. Vandaar dat ze weinig overhield aan het einde van de maand. Terwijl ze zo hard moest werken! Zoals nu weer deze akelige reis. Waarom mocht ze niet net als juffrouw Berkstra met Pim, Frits en Ida naar Berg en Dal? Terwijl ze zo zat te mijmeren, vielen haar ogen ineens op een blikkerig ding in de handen van een man die door het gangpad liep. Haar gedachten vertelden haar: dat is een pistool. De gedachte verwierp ze meteen als onmogelijk. Maar Ramon maakte duidelijk dat ze het wel goed had gezien. - Wow, een MMK 441, met automatische vergrendeling! Mag ik die vasthouden, juf? Juf Zwartmuts keek alsof iemand haar op pauze had gedrukt. Toen begon het gegil. - Laat haar ophouden! riep Ramon. - Ja, laat haar dat doen, zei een passagier voor hen. - Waar bemoei jij je mee? zei Jojanneke. - Met dat gegil, zei de passagier voor hen. Heeft ze geen volumeknop? - En nieuwsgierige passagiers, zei Jojanneke, hebben die geen uitknop? - Hoezo, zei de passagier voor hen, ik gil toch niet? - Je zeurt wel, zei Jojanneke. - Nou en? - Da's nog erger want dat doet pijn aan je hasses. Hun gekibbel werd onderbroken door een schreeuw. Die kwam van de man met het wapen (en een pantykous over zijn hoofd). Hij brulde door het toestel: - Dit is een kaping! - Hoort die sirene er ook bij? vroeg een passagier. - Zwijg! riep de kaper. Deze kaping wordt verzorgd door het Kletskoekiestaanse bevrijdingsfront! Achter hem stonden nog twee andere mannen met pistolen en kousen over hun gezicht. Passagiers slaakten gilletjes of zeiden tjongejonge. Ramon legde zijn autoblaadje weg en keek bewonderend naar de kapers. Dik begon te knagen op de kaft van zijn atlas. - Ik vind het eng, mompelde hij. - Niks eng, zei Jojanneke, gewoon sufferds met wapens. Belangrijker is de vraag hoe het met onze juf is. De juf hield op met gillen. Ze was bleek, haar hoofd hing scheef en haar tong hing uit haar mond. - Flauw gevallen, zei Ramon. - Beter dan gillen, oordeelde de passagier voor hen. - Als je niet oppast, zei Jojanneke, draai ik je vel van je been zo dat jij gaat gillen. De hoofdkaper kwam op het geroezemoes af. - Ik riep al dat iedereen stil moet zijn! schreeuwde hij. - Waarom schreeuw je zelf dan zo? antwoordde Jojanneke. - Ik ben de kaper! - Nou prima dat je kaapt hoor, zei Jojanneke, maar onze juf ligt bewusteloos door jullie gesjouw met pistolen. De hoofdkaper richtte zijn wapen op het meisje. - Hoe durf je zo brutaal te zijn? - Ten eerste, zei Jojanneke, lijkt het mij onzin dat ík hier brutaal zou zijn. Wie loopt hier met wapens te zwaaien? Ten tweede, je schiet niet in het vliegtuig. Daar komen brokken van, met luchtdruk en zo. - Daar heeft ze een punt, zei een van de andere kapers. - Geen dom grietje inderdaad, gaf de hoofdkaper toe. Na even op zijn achterhoofd gekrabbeld te hebben, liep de hoofdkaper met een andere kaper naar de cockpit. Juf Zwartmuts kwam weer bij. - W... wat is er gebeurd? zei ze. - Oh, gaaf juf, zei Ramon, we zijn gekaapt door drie mannen, die hebben MMK's 441 met automatische vergrendeling, en toen zei Jojanneke dat ze stom waren en... Haar hoofd viel weer zijwaarts. Ook haar tong nam zijn oude plek weer in: hangend uit de mondhoek. - We vliegen naar het Al Broes-vliegveld! - Dat is in het gebied van de rebellen! riep een passagier. - Nou en? Wij zijn ook rebellen. Zijn wij zulke barbaren? - Ja! riep iedereen. - Zwijg allemaal! Men zweeg. Totdat, wie anders, Jojanneke haar mond open deed. - Die panty's van jullie staan stom. De hoofdkaper liep op haar af en brulde vlak voor haar gezicht: - Wat?! - En je gaat er slechter door horen. - Hou je snater, jij, riep de hoofdkaper. - Jij bent anders begonnen met het zwaaien met die wapens, zei Jojanneke. - En toen begon die vrouw met gillen, zei de passagier voor hen oplettend. - Zwijg! brulde de hoofdkaper. - Dat vind ik nou ook, zei Jojanneke, de man voor ons dan. - Jij! zei de man voor hen. - Ik? zei Jojanneke. Maar ik zeg toch niets? Ze liet een kleine stilte vallen om te bewijzen dat ze niets zei. - Zwijg! Zwijg! Zwijg! De hoofdkaper ging voor in het toestel zitten smiespelen met zijn medekapers. Passagiers gingen onderling zitten smiespelen. Jojanneke smiespelde af en toe beledigingen heen en weer met de passagier voor hen. Zo verliep de rest van de vlucht heel smiespelend. Het vliegtuig landde met een smak op vliegveld Al Broes. De remmen snerpten. Het toestel kwam langzaam tot stilstand. Ineens draaide iedereen zich om in het toestel en keek de drie leerlingen en de juf doordringend aan. De kapers kwamen erbij staan en keken hen ook doordringend aan. Dik werkte een paar pagina's Azië naar binnen. Jojanneke zei niets. Ramon mompelde: 'Wat een ontzettend gaaf schoolreisje!' Juf Zwartmuts viel flauw. En ineens barsten alle inzittenden van het vliegtuig in schaterlachen uit. Ze schaterden vanuit het diepste van hun wezen, ze brulden. De hoofdkaper trok de panty van zijn hoofd en zei grinnikend: - Wij zijn Kletskoekiestaners! We willen jullie geen kwaad doen. We houden alleen van grapjes maken. Dit was ook een grap! Welkom in Kletskoekiestan! - Een grap? zei Jojanneke ongelovig. De passagiers en de kapers knikten. Zelfs de passagier voor hen. Dof en verward verlieten de drie kinderen en de juf het toestel. De rest volgde. De meeste passagiers hadden moeite met de trap aflopen omdat ze zo hard aan het schateren waren.
|
||
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8]
|
||
Site en teksten: © Desatiricus.nl, 16 oktober 2007 / 13@desatiricus.nl |