header004
 
 

De verhalen satiricus

Naar de homepage

 
 

roman satiricus

KAISER FRITZ LANG EN HET GEHEIM VAN DE ZWARTE DOOS

 

I BURGEMEESTER VAN DEN AARDAPPEL HOUDT EEN REDEVOERING

 

Burgemeester Van den Aardappel keek naar zijn college toen hij zijn vergadering had geopend. Allemaal mannen zoals hij, grijs pak, ietwat bolle toet, en streepjesstropdas. Hij grijnsde.

- Mannen... ik ben trots op jullie.

Het college ontspande. Dat de burgemeester lachte en complimentjes uitdeelde, kwam niet zo vaak voor.

- Nu al twintig jaar besturen wij deze gemeente en het leven is verrukkelijk.

Het oude mannen college staarde mijmerend voor zich uit.

- Weten jullie nog, zei de burgemeester, toen wij in 1959 aantraden en zeiden: hier gaat nooit meer iets veranderen?

- En, zei loco-burgemeester Jan Trui, we hebben altijd de ware Mopperkonterseveense aard gehandhaafd.

- Zo is dat, Jan, zei de burgemeester, en hij aaide zijn loco-burgemeester over zijn bolletje.

Het college keek de andere kant op. Er bestond geen grotere slijmjurk op aarde dan Jan Trui.

- Laten we onszelf eens een applausje geven, zei burgemeester Van den Aardappel.

Dat deden alle collegeleden van harte.

- Tot zover de pret, zei de burgemeester en een geklik van mappen volgde.

- We gaan het hebben over het geld dat we onlangs hebben besteed aan een stoplicht, op de kruising Beatrixlaan en Frederik Hendrikstraat.

- In plaats van zwart-wit-zwart is de bestreping wit-zwart-wit geworden, zei Jan Trui.

- Ik wil graag weten hoe dit zo gekomen is, zei de burgemeester.

Alle ogen van de aanwezigen gingen opeens naar het hoekje, waar een klein, miezerig mannetje wakker schrok, Piet Mat (de wethouder van Verkeer).

- Ik vind dat het niet mijn schuld is, zei hij zachtjes.

- Wiens dan wel? vroeg de burgemeester.

- Van de wethouder van economische zaken, zei Piet Mat gehaast, want die gaat over de inkoop van het stoplicht.

Zijn ogen, en toen van alle anderen, gingen naar het mannetje naast Piet Mat, een bleek en schuchter ogende man, Klaas Klomp genaamd.

- Mijn schuld? riep hij luid uit. Ammenooitniet! Dit hoort natuurlijk gewoon thuis op het departement van visserij!

- De wethouder van visserij? vroeg burgemeester Van den Aardappel.

- Het gaat om die weg die leidt naar de visstek van Mopperkonterveen. Dan ga ik me er niet zomaar mee bemoeien.

Klaas Klomp zei verder niets en als vanzelf gingen alle ogen naar Jans Kwartel, de wethouder van visserij. Hij kuchte, zoals hij altijd deed als hij wat moest zeggen.

- Tja, zei hij zachtjes, ik heb inderdaad die opdracht binnengekregen. Natuurlijk heb ik die zelf niet uitgevoerd aangezien stoplichten en vissen weinig met elkaar te maken hebben. Dat hoef ik niemand uit te leggen.

- En, vroeg de burgemeester, wie moest er dan wel verantwoording voor dragen?

Kwartel kuchte weer.

- Dat is de wethouder van landbouw.

- Wat een onzin! brulde deze onmiddellijk, een klein en druk baasje genaamd Hans Haring. Dasnie mijn pakkie-an!

- Natuurlijk wel, zei Kwartel na een kuchje, want die Beatrixlaan wordt altijd gebruikt voor vee.

- Dan nog gaat mij de verantwoordelijkheid over een stoplicht te ver! riep Hans Haring uit. Dasnie mijn pakkie-an!

- Zei je net ook al, zei een oplettend lid van het college.

- Das het pakkie-an van de wethouder van techniek. Die moet dat stoplicht bestellen. Ik hoef er alleen maar rekening mee te houden.

Alle ogen waren gericht op de wethouder van techniek maar die lag te snurken.

- Laten we hem maar overslaan, zei de man die naast hem zat, een scharminkelig mannetje met grote ogen.

Dat mannetje was John Roest, wethouder van Informatiezaken. Doorgaans was hij de enige die alles wist. Daarom was hij opgeklommen als belangrijkste man in de gemeente na de burgemeester, en Jan Trui natuurlijk.

- En wie mag dat wel zijn, vroeg burgemeester Van den Aardappel verveeld.

- U, zei John Roest zonder aarzeling.

Een schok ging door de hele zaal en die maakte geen geluid.

- Ik? zei de burgemeester geschrokken. Hoe komt u daarbij?

- Omdat zo'n stoplicht zoveel wethouders aangaat, had u de controle moeten uitoefenen.

- Ja ja, meneer Roest, u zegt dat nu wel zo, maar vergeet u nu niet wie de burgemeester daarover had moeten inlichten?

Het mannetje met de grote ogen zweeg, daar had de burgemeester een punt.

- Kortom, zei burgemeester Van den Aardappel geeuwend, ook dit is weer een kwestie waar we niet uitkomen.

- En die we laten zitten, zei Jan Trui.

Iemand liet een boertje maar daar werd niet op gereageerd.

- Vergadering geschorst, zei de burgemeester die nu echt zijn vermoeienissen niet voor zich kon houden en een verrukkelijk lange geeuw liet klinken.

 

 

[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8]

 

Naar de volgende bladzijde >>

Naar de homepage

Naar teenringen

Site en teksten: © Desatiricus.nl, 16 oktober 2007 / 13@desatiricus.nl