|
HET SCHILDERIJ VAN 77,7 MILJOEN EURO
I DE TERRASHOPPERS (1)
Twee mannen op een terrasje. De een, knap, slank, verbaasde blik, bekijkt passerende vrouwen. De ander, gezet, pafferig, peinzende frons, leest de krant. De cola's komen van tijd tot tijd klek op het tafeltje neer. De beginnende middagzon strooit gulzig met zijn geel. Bij de markthal stoeien jongeren met een gitaar. Het klinkt als Imagine van John Lennon maar het kan ook het Pools volkslied zijn geweest. Dripinin had best zin om met ze te dollen maar hij was met zijn maat en deed dus net of het hem niet kon schelen. Hij staarde een andere kant op en daar kwam net een Poolse schone aanlopen. Die keek hij uitvoerig na, zorgvuldig alle belangrijke details (schoenmaat, zonnebrillenmerk, taillemaat) observerend. Drokasov legt zuchtend de krant op het tafeltje. - Hoe vaak heb ik het al gezegd? - Heb je wat gezegd? - Niet opvallen. - Een beetje zwaaien, is dat opvallen? - Ja. - Echt? - Ja. - O. Oké. Dripinin besefte dat hij in strijd had gehandeld met Drokasovs regels. Het was net of die regels ineenschrompelden als hij die prachtvrouwen zag, want prachtvrouwen waren het, Poolse dames. De gedachten van Dripinin gingen aan de loop met zijn herinneringen. Hij moest denken aan zijn eerste verovering, een meisje van achttien. Hij was dertien. Ze had hem alleen nodig voor de seks, zei ze. Hij had met haar een boek getiteld 77 standjes voor ervaren geliefden doorgenomen. Hij dacht dat iedere dertienjarige dat deed. Toen het uitging, kreeg hij een nieuw vriendinnetje, en daarna kwamen ze via een soort mond-op-mond-reclame vanzelf bij hem aangebeld. Wat een mooie tijd was dat! Helaas kwamen ineens beelden van de grauwe jaren tachtig in Kaliningrad op zijn netvlies. Moeders pelt de aardappels, in zijn herinnering deed ze niets anders, stapels aardappels lagen er in de hoek, alsof de aardappels een extra persoon in het huishouden vormden, ja, het waren aardappels, aardappels, en nog eens aardappels in die tijd. Zijn broers die hij nooit zag. Uit huis gaan, werken als lasser, kabelmonteur, notenverkoper, verhuizer. Een korte periode in een stoelenwinkel, waar zijn interesse voor stoelen ontstond. Platzak. Diefstalplannen met oude maat, Drokasov, zoals een namaakverhuizing. Ze kopen een conciërge om met zakken aardappels van zijn moeder, en roven een huis leeg op klaarlichte dag. Eerste keer gaat goed. Zij tevreden, heler tevreden, conciërge tevreden. Tweede keer gaat ook goed. Zij tevreden, heler tevreden, conciërge tevreden. Dan vraagt conciërge of Dripinin met hem uit wil. Drokasov haalt Dripinin over, Dripinin vergeet afspraak, conciërge verlinkt ze, ze krijgen vijf maanden bajes te Kaliningrad. Affaire met cipierster. Voorrechten als gebakken aardappeltjes. Vrij. Koffer met geld ophalen in een bos. Besluit tot vertrek Kaliningrad. Vertrek naar Polen; ze spraken immers beiden vloeiend Pools. Warschau, Bydgozsz, Katowice. Maar ook hier was elke markt overvoerd met misdadigers. Depressies. Geld gaat op. Drankgebruik (cola). Reis naar Krakau. Moment op een terrasje niet zo lang geleden. Zijn maat die de krant leest naast hem. Hij komt tot de ontdekking dat dit het heden is. Vervolgens diept Dripinin in zijn geheugen of hij een dergelijk deezjavu eerder had meegemaakt. Toen vroeg hij zich af hoe zoiets ook al weer heette, iets eerder meemaken. Hij besefte dat hij daar al eens eerder over had gepiekerd. Het was tien over vier, zag Dripinin op de kerkklok, zonder dat zijn hersenen iets met het feit deden. Tijd was iets wat hem niets kon schelen en zijn hersenen konden slecht overweg met feiten. Dripinin leefde als een poes die afhankelijk was of zijn baasje de deur wil opendoen of niet. De kerkklok was al weer verdwenen uit zijn brein. Hij dacht weer over meisjes. Herinnering aan zijn laatste vrijpartij: drie dagen geleden in Bydgozsz met de medewerkster van de wasserette. Daarna vroeg hij zich af of de tuinstoel waar hij in zat onder zijn kont vandaan gleed. Of gleed de kont van de stoel af? Dripinin wist niet zo goed zijn weg in de taal. Wel met stoelen. Stoelen waren een van de zeldzame interesses van Dripinin. Dat had ook met vrouwen te maken. Hij zag de stoel waar het meisje op zat als een concurrent. Hij zou pas tevreden zijn als hij in plaats van de stoel de billen van het meisje in zijn handen had. - Wat lees je eigenlijk? vroeg Dripinin. Op het oog van Drokasov zat een gefronste wenkbrauw, die Dripinin zo mak als een schaap maakte. De glazen cola werden meegegritst door een serveerster die de lach van Dripinin negeerde. Dat soort vrouwen waren er natuurlijk ook. Dripinin veinsde onverschilligheid naar deze dame. Hij deed dat ook toen hij keek naar een dame rechts van hem die bezig was een pannenkoek op te peuzelen. Zowel de pannenkoek en de dame leken hem wel wat, maar hij bleef voor de zekerheid onverschilligheid uitstralen, zeven minuten lang, naar de soepele handbewegingen waarmee ze de pannenkoek aan gort sneed en in haar mond liet glijden. Toen ze zijn richting op keek, reageerde hij onmiddellijk glimlachzamig, maar herinnerde zich de uitval van zijn vriend en keek de andere kant op, en daar bevond zich het hoofd van Drokasov.
[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11]
|
||
Site en teksten: © Desatiricus.nl, 16 oktober 2007 / 13@desatiricus.nl |