![]() |
||
|
HET ANTITOERISME BOEKJE
Moeder. Moeder, dacht Lars Bretelsen, de ik-figuur van zijn eigen leven, hoe kan het dat ik op punt sta om om zeep geholpen te worden? Stomtoevallig maar gelukkig voor ons beleeft de hoofdpersoon op dit moment een flashback. Hij stapt 's nachts uit de trein die hem tot Poznan heeft gebracht. Het kwam hem niet goed uit dat hij ruim een uur moest wachten op het station van Poznan voor zijn aansluiting. Hij keek op het perron om zich heen en zag niets bijzonders. Hij liep naar de hal van het station van Poznan. De stationshal van Poznan was niet veel soeps. De restauratiemedewerker had alleen hibiscus in zijn thee-assortiment. Thuis zou hij nooit hibiscusthee drinken, en nu wel, want nu was hij op reis, dan onderneem je zulke bizarre uitspattingen. Zo stond hij daar een paar minuten. Opeens stond de restauratiemedewerker voor hem te zwaaien met een bezem. De gedachte die Lars' hersenen het snelst bereid hadden: het is de gewoonte in deze restauratie dat klanten allemaal een stukje meebezemen. Daarom greep hij de bezem beet. Maar de uitbater brulde Oud-Poolse scheldwoorden. Op enige achterstand arriveerde de juiste gedachte: de uitbater wilde hem weg hebben uit de zaak. Met een klap viel het rolluik achter hem dicht. Hij ging op zijn tas zitten niet ver van de restauratie. Soms liepen er mensen kruislings door de hal. Hier en daar sjokten reizigers met emotieloze gezichten naar kiosken, om van dichtbij te lezen wat er op opgehangen tijdschriften stond. Andere reizigers zaten te suffen op een bankje of te roken bij de uitgang. Lars had zijn uurtje op deze manier makkelijk vol kunnen observeren als hij niet op zijn schouder werd getikt.
|
||
Site en teksten: © Desatiricus.nl, 16 oktober 2007 / 13@desatiricus.nl |