|
DE SPORTER ANNO NU De koppigste en slechtste polsstokhoogsspringer ter wereld is ongetwijfeld de 27-jarige Hongaarse atleet Riszard Kovacs. Afspreken voor een interview met Kovacs is niet eenvoudig. Hij wilde per se afspreken in een geheimzinnige, duistere parkeergarage in Zürich, waar het zo donker is dat je nauwelijks een hand voor ogen ziet. In de verte komt iemand aan die, zo oogt het via schaduwen, ladders aan het sjouwen is. 'Hallo', klinkt een vriendelijke bromstem, 'ik ben Riszard Kovacs. Ik blijf veiligheidshalve op vijf meter van jullie vandaan staan.' De verklaring voor de vijf meter is duidelijk: Riszard Kovacs heeft zes polsstokken in zijn lichaam steken. Diverse malen mislukten zijn sprongen en viel hij in de polsstok, die vervolgens volgens artsen beter niet verwijderd kon worden, aangezien de innerlijke bloedingen dan zijn leven zullen kosten. Talloze organen zouden beschadigd worden, die wonderwel tot nu toe blijven werken. 'Het is niet eenvoudig', verzucht Kovacs, 'om te leven met zes polsstokken in je lichaam. Slapen bijvoorbeeld. Ik kan uiteraard alleen op mij zij liggen. De simpelste dingen, ontbijten, pantoffels aantrekken, de krant lezen, zijn allemaal een marteling voor mij.' Hij zucht nogmaals. 'Ik ben een triest man.'
De best gelukte foto in de duistere parkeergarage van de ongelukkige Riszard Kovacs Het begon allemaal in 1996, toen Kovacs op de Olympische Spelen een polsstokhoogspringer zag springen. 'Ik dacht meteen: ik wil dat ook.' Maar hij kon er niets van. Zelfs twee meter was onhaalbaar. Kovacs meende dat het een kwestie was van wennen. 'Maar het wende niet. Ik kon er echt niets van.' Toch gaf hij niet op. 'Kijk, als ik eenmaal ben begonnen, dan geef ik niet graag op. Daar is al deze ellende van gekomen.' Bij regionale kampioenschappen in Debrecen kreeg Kovacs zijn eerste polsstok in zijn lichaam. Kovacs dribbelt met zijn zes stokken heen en weer door de duistere parkeergarage als hij er weer aan denkt. 'En een maand later bij een training kwam de tweede. Er ging natuurlijk van alles door me heen. Je kunt ze afzagen. Maar ik voelde me falen. En ik moest dat falen laten zien; en dat kon naar mijn idee alleen maar door die stokken te laten zitten.' Achttien keer brak hij tijdens een sprong zijn stok, wat hem ook een fikse rekening opleverde ('die stokken zijn verdomd duur, je hebt er geen idee van'), en drie keer kwam hij in het ziekenhuis met een nekfractuur. Hij brak bot op tweeëntwintig plaatsen in zijn lichaam. Psychologen bogen zich over hem. Hij zou lijden aan een abnormaal faaltentoonstellingscomplex. Gewoonlijk hebben alleen politieke leiders daar last van, maar eens in de zoveel tijd blijkbaar ook een polsstokhoogspringer. 'Iedereen raadde ma af verder te gaan. Toch ging ik wel verder. Ik moest erdoorheen, vond ik, alleen dan kon ik mezelf serieus nemen naar mijn gevoel. Bovendien: met al die stokken in mij had ik geen keuze.' Maar het werd steeds erger. In de loop der jaren verzamelde hij er nog vier. 'Zes... of twee, wat maakt het uit? Ze hinderen ook nog eens enorm bij het springen, want ze tikken die balk er steeds af. Ik kom niet eens meer over twee meter. Het gaat erom dat ik een vervloekte keuze heb gemaakt toentertijd. Ik herinner me nog goed toen ik naar mijn eerste training ging en mijn moeder zei: 'Joh, doe het nou niet.' Maar ik was koppig, hè. Dat is toch wel de moraal van mijn verhaal: luister vooral naar je moeder.' 'Ik moet natuurlijk geld verdienen. Overal waar ik solliciteer, hoef ik maar binnen te komen, als me dat al lukt, voor een gesprek, en ze wijzen me af. 'Het gaat natuurlijk niet om uw polsstokken zeggen ze, maar goed, dat is natuurlijk een leugen. Bij het Russisch staatscircus verdien ik nu een centje. Maar het houdt niet over.' Hij zegt dat hij heel vaak droomt over dat hij kinderen krijgt die geboren worden met polsstokken in hun lichaam. 'Het is mijn grootste angst.' Maar van seks is toch geen sprake. 'Wie valt er nu op iemand met allemaal stokken in zijn lichaam? En hoe verder te gaan? Met veel ontberingen kan ik hooguit orale seks uitoefenen.' Hij droomt al jaren van een vriendinnetje die ook stokken in haar lichaam heeft. Maar die is er niet. 'Vrouwen zijn verstandiger. Die stoppen meteen als het niet gaat. Ik ben een man, ik moet doorzetten van mezelf.' Hij schudt zijn hoofd en al zijn polsstokken kletteren mee, zegt zachtjes 'dag' en is weer zo plotseling verdwenen als hij was verschenen. We verlaten de parkeergarage.
EINDE
|
|