|
WAT ALS EEN TOILETDAMETJE JE TOT 'CHOSEN ONE' BOMBARDEERT (excerpt uit langer verhaal)
Lars liet zijn munt op het schoteltje vallen, waar het klingelend zijn weg naar het midden zocht. Twintig eurocent, las hij op het bordje. Elders kost zo'n plas al gauw het dubbele, bedacht hij zich. Daarna liep hij de woonkamer binnen, waar de blik van zijn zijn redster hem zowat doorboorde. Ze was slank, een jaar of vijftig, in het zwart gekleed, ingevallen gezicht, vinnige blik, kortom, een typisch Pools toiletdametje, zo een die je met gemak ongemakkelijk kan laten voelen, en vandaar zei Lars ietwat verlegen: - Grappig dat je ook een schoteltje in je eigen wc hebt. Ze zweeg dodelijk. - Nou, zei Lars, bedankt voor de redding en nou ja het is tijd om te gaan. Hij stond bij de deur toen ze zei: - Jij bent de 'chosen one'. - Pardon? - Je bent toch niet doof? - Nee, mijn buurman. Ze negeerde zijn dwaze opmerking en zei wederom: - Jij, jij bent de 'chosen one'. - Hoezo? - Wat hoezo? pareerde zij zijn vraag effectief. De 'chosen one' bejje of bejje niet. Ik bnum niet, jij bnum wel. Alles zit heel simpel in elkaar. Ze leegde gewoontegetrouw het schoteltje in haar vest. Even later liepen ze door de binnenstad van Poznan. Hij moest zijn best doen om het rappe dametje bij te houden. Op de Poznaanse kasseien ontspon zich een gesprek. - Hoe zit het nu? vroeg hij. - Je bent de 'chosen one' zei ik toch al meer dan eens. - Ja ja ja, wat is dat dan? Ze stond abrupt stil, pakte Lars bij zijn schouder en zei plechtig: - Luister, je bent hét. Hét. Je bent hét. Hét. Dat ben je. Begrijp je dat, hét dus? Hij keek haar aan en zei: - Nee. Ze liet hem los en stapte weer in forse passen door. Lars hobbelde erachteraan en riep: - Ik weet niet waarvan je denkt dat ik hét ben, maar ik ben hét niet, datgene waarvan ik niet weet wat hét is, dat is in elk geval iets wat ik niet ben. Ze pauzeerde een poosje (niet in looppas) en balkte naar achteren: - Hoe kan dat als je hét wel bent. - Ik ben hét niet, balkte hij naar voren. - Jij bent hét wel, balkte zij naar achteren. - Ik ben hét niet, balkte hij naar voren. - Jij bent hét wel. - Ik ben hét niet. - Zo komen we niet verder. - Zijn we het daar in elk geval over eens. Ze stopte. Hij ook. - Ik bedoel letterlijk, zei ze. Zo kan ik je nooit afleveren bij Maria. Ze liep weer door en hij hobbelde erachteraan. - Hoezo? - Ik ben atheïst. - Dáár heeft het niets mee te maken. - Waarmee dan wel? Lars zette een hobbelpasje in. - Met dat ik je bij Maria moet afleveren en dat ik verder nergens een boodschap aan heb. - Jij met jouw beroep. Plotseling stond Lars stil, waarna het toiletdametje hetzelfde deed, tegenzinnig. - Ik eis nu te weten wat er aan de hand is! riep hij. - Ik eis nu dat je doorloopt! riep zij. - Hoe kom je erbij iets te eisen! - Kan ik ook van jou vragen. - Jij zegt dat ik iets ben! - Ja, je bent de chosen... - Ja ja ja en dan sleep je me mee naar ene Maria! - Ik zie het probleem niet, oordeelde het toiletdametje met een bekkie dat een en al onschuld uitstraalde. - Het probleem is dat aan mij niets wordt gevraagd! Ze keken elkaar aan, zoals mensen doen wanneer de een de ander tot 'chosen one' bombardeert en de ander niet begrijpt waarom. - Ik ga, zei Lars zo beslist als in zijn mogelijkheden lag. - Nee. - Wat nee? - De nee van je gaat niet. - Wat kan mij tegenhouden? - Dit. Onder haar vest haalde ze een blaffer vandaan. Lars staarde er overrompeld naar. Dit was dan al de tweede blaffer in nog geen uur tijd die hij van dichtbij zag. Wat dat betreft begon zijn reis al ongeloofwaardige trekjes te krijgen, goed voor – met uitwijdingen – een half uur gebabbel op een Chinese thee-avondje met vrienden.
EINDE
|
|