|
DRIE Wederom zijn de dakbedekkers niet te bereiken. Een meevaller is dat de rozen en gordelia’s wel worden geleverd. Jammer is dat ongeveer zeventig procent al dood is. De wegen zijn hier ruw, je moet altijd rekenen op een bepaalde uitval, legt de verkoper uit, een vriendelijke vent die ook al op wijnhandelaar Pietro lijkt. Die middag schijnt de zon volop. Ik besluit een heuvelwandeling te gaan maken. Ik ben hier immers onder andere heengegaan om de fijne nuances van het Emiglia-Romagnese landschap te vinden. In mijn eentje zou ik natuurlijk verdwalen. Daarom ga ik met Fred, mijn uitgever, die voor twee dagen is langs gekomen om te zien hoe het staat met het huis en het boek erover. Wat hem betreft is de tweede het eerste af. Ik heb een affaire met Fred, wat John natuurlijk niet weet, en hoe ik dat ga oplossen in dit boek weet ik nog niet maar dat merken we nog wel. Fred en ik hebben een aantal genoeglijke momenten in de heuvels rondom ons huis ('Het is zo stil hier' zegt hij telkens heel ongelovig). Ach ja, ik vind het intussen vreemd, maar je raakt eraan gewend. Tijdens de afdaling – de tenen broeien in onze schoenen – komen we langs een verrukkelijk pittoresk boerderijtje waar twee stenen paarden met vleugels in de tuin staan. Ik klim over het hek en bekijk de paarden. De verbazing voel ik tot in de toppen van mijn tenen. Dit zijn Etruskische paarden, vermoedelijk tweeduizend jaar oud. De vleugels zijn typisch uit de tijd van Darquinius II, een van de laatste Etruskische koningen, die nog geloofde in een verre toekomst waarin paarden met vleugels over de mens zou regeren. Vandaar dat hij beelden van ze liet maken om deze paarden alvast gunstig te stemmen. Het museum van Very Old Art in Boston zou er een moord voor doen, en hier staan ze gewoon open en bloot in een tuin, waar vogels er hun behoefte op doen. Terwijl ik de beelden betast, staat ineens een dame naast me. - Wat is dit, denkt u? vraag ik. - Twee paarden. - Uit? - Paardenbeeldenfabriek te Livorno. - Welke periode? - Afgelopen september. - Kent u Darquinius II? - Nooit van gehoord. Ik hoor haar nog naar binnen roepen: 'Die zijn lijp', maar je moet dat respecteren, vind ik, net zoals je niet in de natuur dient in te grijpen. Voor hetzelfde geld was ik hier niet geweest en had ik het niet gezien en dan had ik me er ook niet mee bemoeid en was alles ook goed. Thuisgekomen rent John ons tegemoet. Het dak is af! roept hij. We willen naar het huis rennen maar hij wijst naar een rode berg in de tuin. De dakpannen ruiken naar mals aardewerk. De zanzeveria's eronder zijn helaas verpletterd. Ik schiet de uitvoerder aan, die, alsof het geen toeval is, ook op Pietro lijkt, maar dan met grijze baard, en probeer hem duidelijk te maken dat ik hoop dat het dak wel op het huis komt. - Mevrouw, hoezo op het huis? - Wat heeft de tuin nou aan ons dak? - Mevrouw, dat weet ik niet. - U legt het daar toch neer. - Mevrouw, leest u maar het contract erop na, mevrouw. Er staat in dat we het leveren, 'aan één stuk', mevrouw. Over het ergens op plaatsen staat er niets. - Waar anders moet een dak dan op het huis?! - Mevrouw, we vullen zulke zaken nóóit in voor onze klanten. - Wat moet je anders met een dak?! Idioot!
Hij doet of hij mij niet begrijpt en begint te gebaren naar zijn voorman. John kalmeert mij en vraagt rustig aan de uitvoerder: - Wat moeten we dan doen om het dak op het huis te krijgen? - Oh, gewoon, opnieuw offerte aanvragen, opnieuw smeergeld betalen aan de burgemeester, opnieuw flesjes parfum kopen voor zijn vrouw, weer horloges geven aan hun kinderen. Misschien dat we dan over een half jaar dat dak hebben geplaatst. De uitvoerder laat ons verbouwereerd achter en vertrekt met zijn gevolg. Als Silvio het hoort, begint hij te schateren. Wie finesse verwacht in dit land met zijn fraaie geschiedenis, komt bedrogen uit. De mensen zijn hier beslist ruwer dan in Boston. - Jullie mogen al blij zijn dat ze een dak geleverd hebben! roept hij uit. En als hij verder schatert, tja, dan breekt bij ons ook weer de zon door. Wij moeten ineens vreselijk lachen. Ach, wat zijn het toch allemaal heerlijke zotten! Het valt niet mee om in Emiglia-Romagna een huis te bouwen, maar het is wel het mooiste avontuur van de wereld. [1] [2]
EINDE |
|