| |
DE DERTIEN GROOTSTE ERGERNISSEN OVER ROMANS
- De meeste romans worden aan de lopende band geschreven, alsof het warme broodjes zijn. Schrijven is concentreren en hard werken. Je moet er alle tijd van de wereld voor hebben. Niets mag in de weg staan, geen kind, geen telefoontjes, geen gedachten, geen afwas, geen boodschapjes, geen telefoontjes. 'Geduld is een slechte eigenschap voor een schrijver.'
- De meeste romans worden met weinig plezier voor mensen, taal en anekdotiek geschreven. Is er eindelijk een plekje waar je vol vrijheid en blijheid over alles kunt schrijven, in welke stijl je ook wilt, doet nog niemand het. Mensen zijn bang dat ze niet serieus worden genomen. Je schrijft een boek voor niemand anders dan jezelf en enkele gelijkgestemden. Hoe je ook anderen wilt plezieren, je zal nooit iedereen plezieren, dus als je jezelf pleziert, heb je nog de meeste kans op succes.
- Heel veel romans zijn hetzelfde geschreven. Je leest het eraan af: de meeste scènes zijn alleen maar nodige verbindingsstukken tussen een paar leuke stukjes. Paginavulsel. Variatie op thema dat allang bekend is. Niets smakelijks, niets origineels, niets hartstochtelijks.
- Romanschrijvers weten nooit iets. Er is een hele wereld meer: taal, wetenschap, biologie, geschiedenis, om maar wat te noemen. Al die kennis beïnvloedt een schrijver. Dat mag allemaal best verwerkt worden in romans, graag zelfs. Gebeurt vrijwel nooit. Of juist te overdreven: de auteur heeft research gedaan en iedereen moet het weten.
- Romanschrijvers schrijven een roman zoals het zou moeten. Wat zou er van Rabelais over zijn gebleven als hij had gedaan zoals men nu een roman schrijft? Of Boccaccio? Of Apuleius? Je moet juist je eigen, vrije gang gaan. Ik mis in zoveel romans de oprechtheid, de sfeer dat de schrijver schrijft voor zijn eigen plezier en niet om een kliek te behagen. Zo gaat het ook al jaren: de boeken om die kliek te behagen verschijnen, aan de lopende band zelfs, en van de andere dingen wordt gezegd dat het 'geen literatuur' is, terwijl alleen daarin de echte glorie van de schrijfkunst schuilt, de poging om wat anders te willen doen. Het probleem, globaal gezegd, is dat mensen met hun verstand schrijven en niet met hun hart. Als ze naar die stem zouden luisteren, zouden ze wel heel iets anders maken.
- Romanschrijvers maken zich druk over wat anderen wel van ze zullen denken. Waarom anders zijn zo weinig romans boeiend? Iets echt bijzonders wordt alleen in complete afzondering geschreven, buiten het bereik van journalisten, vrienden, critici en weet ik veel wat voor volk. Alleen dan laat je de vrees varen om niet geaccepteerd te worden. Iedere kunstenaar zou per definitie iets anarchistisch moeten hebben – zelfs al zou het je carrière en leven kosten. Zo serieus moet je je vak nemen anders had je beter treinmachinist kunnen worden, overigens een heel mooi vak.
- Romanschrijvers zijn altijd op zoek naar heilige inspiratie. Ga achter je bureau zitten en ga schrijven – daar komt schrijven in de praktijk wel op neer. Je moet alleen lekker in je vel zitten, dus je vrolijk of ontroerd voelen.
- Romanschrijvers hebben zo weinig smaak. De handel in smakeloos geschreven boeken loopt nu eenmaal erg goed. Daarvan weten mensen dat ze iets kopen waarvan anderen al hebben aangegeven dat het literatuur is. En meestal is dat iets zonder smaak voor stijl, thema's, personages, verhalen, fantasie, dialogen, humor. Als je wel die smaak hebt, kun je nooit gemiddeld zijn. Mensen vinden dat doorgaans eng.
- Romanschrijvers fantaseren slecht. Het rare is dat romans de uitgelezen plaatsen zijn om eindelijk eens je fantasie de vrije loop te laten geven. Maar iedereen: critici, lezers, schrijvers, uitgevers, is als de dood voor te veel fantasie. Het mag hooguit in science fiction of in een kinderboek.
- Romanschrijvers maken nooit grapjes. De meeste schrijvers kenmerken zich door een buitengewone ernst, die mij als adolescent al afstootte, en me nu als volwassene me nog meer doet walgen. Ik begrijp het ook wel: we krijgen de schrijvers waar handel in kan zijn, dus schrijvers zonder humor, want die worden het liefst gelezen door ons zuurpruimige publiek. Altijd maar dat ernstige, dramatische, waarvoor ik heel dwingend ontroerd door moet raken. Ik pas daarvoor.
- Romans moet je schrijven in een speciale romanstijl. Je moet schrijven in een wollige stijl, met metaforen en kloeke literaire zinnen. Waarom mag je een roman niet achterstevoren schrijven als je dat zou willen (Time's arrow)? Céline had puntjes nodig, Biesheuvel schrijft zo eenvoudig dat je ieder woord begrijpt, Queneau gebruikte volop taalvondsten. Iedereen zou naar zijn karakter en smaak moeten schrijven.
- Romans zijn af als je de laatste pagina hebt getikt. Zo gaat het in films altijd, waarin ook vaak wordt gesuggereerd dat mensen een boek kunnen 'stelen' van elkaar. Het schrijven van een verhaal is net een bol klei waarvan de contouren steeds duidelijker vormen aannemen. Iedere keer dat je corrigeert, vind je genoeg dingen die je de vorige keer niet hebt gezien.
- De thema's zijn volkomen oninteressant. Schrijvers willen dat het boek gaat over 'de beperkingen van het menselijke bestaan', wat zoiets ook mag betekenen, en daarom nemen ze helemaal de moeite tweehonderdvijftig pagina's vol te pennen, zonder zich te bekommeren om andermans proza, waarin precies hetzelfde wordt gedaan, maar dan rondom een thema als 'de problemen die ontstaan in een multiculturele samenleving', in een stijl die even waterig is. De grap is dat de mensen die dit doen, volkomen worden begrepen door anderen. Zo schrijf je nu eenmaal een roman. Maar dat je een roman wel op duizend manieren kunt schrijven, en ook veel interessanter, en veel vrolijker, dat wordt zelden begrepen. Men zou schijt aan alles moeten hebben behalve de eigen smaak.
|
|