|
INSPIRERENDE UITSPRAKEN OVER LITERATUUR & KUNST * In bepaalde perioden heb je op bepaalde territoria betrekkelijk veel grote mannen bijeen, schilders in de Nederlandse 17de eeuw, schrijvers in de Russische 19de eeuw, componisten in Oostenrijk in de 18de eeuw. Waarom? (...) Een toevallige opeenhoping van talenten? Dat lijkt me weinig waarschijnlijk. Waarschijnlijker lijkt het, dat er bijvoorbeeld in Nederland een ongeveer constant percentage goede schilders aanwezig is. Dan zou het zo zijn dat de ene tijd, cultuur, milieu, mode of hoe men het noemen wil meer potentiële goede schilders tot echte goede schilders maakt dan de andere. Om iets te doen heeft de mens sociale aansporing, goedkeuring, steun nodig. Is die afwezig, dan doet hij het niet. Het gelukkigst zijn die perioden, waarin die maatschappelijke goedkeuring zich door een toevallige samenloop van omstandigheden richt op de beste prestaties of zich althans mede richt op de beste prestaties. Buigt de mode om, dan trekken de beteren zich terug, of bevinden zich aan de periferie. Karel van het Reve * Bij mij: de noodzaak om wat ik zeg ook ontzettend te menen. Daardoor gebrek aan geveinsde belangstelling, geveinsde waardering – die overigens veel mensen zeer gemakkelijk afgaat en nauwelijks veinzerij genoemd mag worden. Het is gewone vriendelijkheid, goedhartigheid, warmte of hoe je het noemen wilt. Mensen die daar last mee hebben worden gedwongen tot een enorme omweg. Die omweg is zo groot – het schrijven – dat je nooit aankomt. Karel van het Reve * Als iedereen zou schrijven wat hij dacht zou haast iedereen interessante dingen kunnen schrijven. De moeilijkheid is dat iemand die iets denkt dat niet kan opschrijven, ja het haast niet denken kan. Het menselijk denken en het menselijk schrijven is voor 90 of 99 % imitatief: wij denken alleen wat anderen denken, en de enkele keer dat wij iets eigens denken zitten we met de moeilijkheid dat we het niet kunnen opschrijven. Wil een lezer – en de schrijver behoort zelf tot die lezers – begrijpen wat je schrijft, dan moet het geschrevene 'aansluiten' bij wat de lezer tot nu toe gelezen heeft, anders begrijpt hij het niet, anders neemt hij het niet eens op. Karel van het Reve * (...) museumdirecteuren volgen de mode van hun tijd, en het kan lang duren voor een schilder in de mode komt. Bij Van Gogh gebeurde dat pas na zijn dood, en de Sandbergs van Van Goghs tijd kochten geen Van Gogh. In de jaren 1950 - 1970 was de 'abstracte' kunst in de mode, en daar hield Sandberg zich aan – mode is vaak iets wat een halve eeuw geleden nieuw was. Karel van het Reve * Eight rules about writing: Use the time of a total stranger in such a way that he or she will not feel the time was wasted. Give the reader at least one character he or she can root for. Every character should want something, even if it is only a glass of water. Every sentence must do one of two things – reveal character or advance the action. Start as close to the end as possible. Be a sadist. No matter how sweet and innocent your leading characters, make awful things happen to them – in order that the reader may see what they are made of. Write to please just one person. If you open a window and make love to the world, so to speak, your story will get pneumonia. Give your readers as much information as possible as soon as possible. To hell with suspense. Readers should have such complete understanding of what is going on, where and why, that they could finish the story themselves, should cockroaches eat the last few pages. Kurt Vonnegut jr. * Ieder verhaal moet net zo verschillen van het vorige als er overeenkomsten mee hebben. Ieder verhaal is als het bouwen van een luchtkasteel. Robert Altman * Je moet aan ieder verhaal werken alsof het je laatste is. Konstantin Paustovskij * De schrijver moet zijn houding tegenover het leven en de mensen krachtig en onverschrokken uitdrukken. Konstantin Paustovskij * Je moet er je warme hand tegen aan vlijen en de taal wordt een levend sierraad. Wanneer ik een verhaal voor het eerst op papier zet, dan ziet mijn manuscript er afstotelijk uit, afschuwelijk gewoon! Het is een verzameling van min of meer geslaagde brokstukken die bij elkaar gehouden worden door ontzettend vervelende verbindingsstukken.Hier pas begint het werk. Ik ga zin voor zin na, niet één keer maar wel een paar maal. Allereerst gooi ik alle overbodige woorden eruit. Daar is een scherp oog voor nodig want de taal weet zijn afval behendig te verbergen. Dan laat ik de tekst een dag of twee, drie liggen. Zo bewerk ik mijn tekst keer op keer, tot ik niet het minste korreltje stof kan ontdekken. Wanneer het vuil eruit is, kijk ik alle beelden, vergelijkingen en metaforen na op de frisheid en preciesheid. Zoveel mogelijk punten! Bij proza moet elke regel hecht en zuiver zijn als op een gravure. Het belangrijkste is toch tijdens die dwangarbeid de fut niet uit de tekst te halen. Men zou ons moeten zweren nooit kladwerk af te leveren. Isaak Babel * Ongeduld is een zeer slechte eigenschap voor een schrijver. John Irving * Je moet het ongewone gewoon maken en het gewone ongewoon. Denis Diderot * In Nederland pist men een beetje op humor. Ze vinden het goedkoop, zien het niet als een kunde. Terwijl komedie het moeilijkste genre is van allemaal. Paul Ruven * Er is een aesthetische school die zich bij het beoordelen van kunstwerken telkens afvraagt wat de bedoelingen van de auteur zijn geweest en in hoeverre deze er in geslaagd is zijn bedoelingen te verwezenlijken. Tegen die methode kan men wel het een en ander inbrengen: hoe weet men eigenlijk wat de auteur heeft willen maken? In hoeverre doet het er toe of hij in zijn opzet geslaagd is of niet? Is het resultaat niet belangrijker dan het oorspronkelijke plan, waarvan misschien niets is overgebleven? Karel van het Reve * Een roman is een heel paleis en de lezer moet er zich vrij voelen, zich niet verbazen en zich niet vervelen als in een museum. Af en toe moet de lezer zowel door de held als door de auteur met rust gelaten wordenen op zijn verhaal kunnen komen. Daar zijn landschappen goed voor, iets leuks, een nieuwe verwikkeling, nieuwe personen... Anton Tsjechov * Een parodie immers moet enige gelijkenis vertonen met het geparodieerde, en een literaire parodie moet, wil hij geslaagd zijn, zekere literaire kwaliteiten hebben. Een parodie op een slechte fiets moet enige gelijkenis met die fiets vertonen, maar mag zelf ook niet weer een slechte fiets zijn. Een parodie op een vervelend verhaal moet op dat vervelende verhaal lijken, maar mag zelf geen vervelend verhaal zijn. Karel van het Reve * Een moderne roman is in het algemeen uitgerust met alle dingen die in de mode zijn. Die dingen zijn om te beginnen vaak allemachtig vervelend en kinderachtig. Latere generaties zullen verbaasd staan over onze neiging om iemands daden met een pseudo-wetenschappelijke franje van psychologische beweringen te omhangen, die eigenlijk al in onze tijd schrijver noch lezer interesseren, maar gefabriceerd en geconsumeerd worden uit plichtsgevoel. Karel van het Reve * De afkeer van een groot deel van het publiek van 'ernstige' muziek, de vlucht van het 'ernstige' naar 'lichte' muziek is te vergelijken met de vlucht uit de 'ernstige' literatuur naar de detective: de echte muziek wordt aan het publiek meestal niet voorgesteld als wat zij is, namelijk amusement, escape, opluchting, verfrissing, ontroering, maar als iets belangrijks, iets vervelends, iets dat ons das ganze Wesen der Welt und des Menschen blootlegt (...). Karel van het Reve * Men spreekt wel van 'serieuze' en 'amusements'-literatuur, van 'licht' en 'zwaar', wanneer men de officiële en de detective-literatuur van elkaar wil onderscheiden. Een onzinnige terminologie. Het volgen van een detective kost meer inspanning dan het lezen van een kinderlijk-eenvoudig boek als Oorlog en vrede. Hoe slechter schrijver, hoe moeilijker het lezen wordt, hoe meer inspanning het kost om namaak-passages door te komen. Karel van het Reve * Overigens is escape, de vlucht uit de werkelijkheid, juist een morele rechtvaardiging van de kunst. Gaf zij de werkelijkheid weer, dan was zij overbodig. Werkelijkheid is immers in onbeperkte hoeveelheid voor een ieder altijd en overal te krijgen. Waartoe al deze moeite iets te maken dat er al is? Men heeft op deze onaangename vraag wel het ontwijkende antwoord gegeven dat de kunst een 'hogere' werkelijkheid is. Wat men daarmee bedoelt is nooit helemaal duidelijk. Zelfs als het waar is blijft de kunst escape: ontsnapping aan de 'gewone' werkelijkheid. Karel van het Reve * Hij is nooit overdreven, onecht, nooit vervelend. Hij is prediker noch profeet; het is hem genoeg een doodgewoon romanschrijver te zijn. Karel van het Reve over Toergenjev * Mijn nadeel (...) is dat ik duidelijk ben. Je kunt wat ik zeg of schrijf begrijpen. En als dat het geval is ben je al half verloren. Ik begrijp het, denkt de lezer of toehoorder, dus kan het nooit wat zijn. Een tweede ding komt daarbij. Anderen zijn imitabel. Zij doen iets, en na een tijdje kunnen hun studenten dat ook. Na een tijdje kan een leerling van Maatje of Sötemann of Fokkema of Ibsch net zo'n boek schrijven als zij. Maar geen van mijn leerlingen zal ooit een boek schrijven zoals ik. Karel van het Reve * Als mensen vragen waar mijn films over gaan, zeg ik niets, want dat interesseert me helemaal geen klap. Het is niet aan mij om dat te beantwoorden. Ik hoef alleen maar een film te maken. Het is aan de toeschouwer om er wat mee te doen, het is niet mijn verantwoordelijkheid om uitleg te geven. Je hebt altijd mensen die er van alles in zien, allemaal verborgen lagen, maar ik weet daar niets van, ik hou mij er niet mee bezig. Ik weet alleen dat ik elke film maak om me te bevrijden van de vorige. Alex van Warmerdam * Je moet als artiest nooit en te nimmer, wat iedereen ook zegt, iets maken waarvan je geacht wordt te maken, gezien de smaak van jan en alleman, de trends, je gevoel over wat 'modern' is. Daar ga je altijd mee de mist in. Je moet je eigen gevoel achterna, helemaal uitpluizen wat bij je past, wat je leuk vindt, daar vervolgens je energie aan besteden, je aan grenzen houden als het je goeddunkt en ze overschrijden wanneer niet, en dan komt het altijd goed, want dan heb je lol in wat je maakt, en anders is het werk. Mogelijk vinden anderen er niets aan. Maar als je onconventioneel bent, vind je uiteindelijk toch je publiek, en ben je bestand tegen de tand des tijds, wat je heel goed kunt beschouwen als historisch equivalent van wat zoetigheid voor je gebit is. Hoe belangrijker men geld en carrière vindt, des te minder vruchtbaar is de wereld op creatief gebied. Net als alle kringlopen kan de creatieve kringloop in elkaar storten. Men zal terugkijken naar deze tijd en een groot kunstzinnig gat vinden. Er wordt meer gecreëerd dan ooit maar door al die offers blijft niets hangen. De Satiricus
|
|