|
DE ROMANPLAS
Overdadige ernst is altijd aanwezig geweest in de menselijke geschiedenis. Satire om deze ernst op zijn plaats te wijzen ook. De Griekse komedieschrijver Aristofanes maakte de Griekse leider Cleon belachelijk terwijl Cleon zelf op de eerste rij zat in het theater. Dat waren nog eens tijden! Spotternij vinden overheden en mensen vaak erger dan ondervoeding of milieuproblematiek of dierenstroperijen. Voltaire moest naar Zwitserland verkassen. Vojnovitsj werd vergiftigd. Juvenalis werd verbannen. Jacob Campo Weyerman kreeg levenslang. Onlangs nog werd een cartoonist gearresteerd. De geschreven satire heeft het heel moeilijk, maar er is sprake van een teloorgang van alle soorten apart proza. Ik noem dat de drooglegging van het ongewone of – een tikkeltje modieus, geef ik toe – de verdwijning van duurzaam proza. Wat ik aan modern fictiewerk zie langskomen, is zo'n lopende band-werk geworden dat ik me niet kan voorstellen dat de mensen die dat maken niet hun ogen uit hun kassen schamen, zowel de schrijver ervan als de uitgever. Aan dit werk kan niemand plezier beleven. De auteur doet er niet meer toe: het is een loterij om bestsellers geworden. Middelmatigheid scoort daarbij het beste. (Wat er naar mijn mening concreet loos is aan het proza, leest men hier.) Het is normaal geworden om uit de heilige naam van de commercie alles te weigeren wat te ver van het gemiddelde afwijkt. Basis van deze ellende is het marktmechanisme. Een zelfgecreëerd monster dat we hebben te danken aan ijverige marketingmannetjes. Dit monster zegt dat een hedendaagse uitgever die wil overleven, moet vertrouwen op potentiële winstcijfers. Winstcijfers leveren dingen die in de mode zijn. Zo word je dat geleerd bij de Kamer van Koophandel. Dus zie je stapels literaire thrillers als de literaire thriller in de mode is. Zwart kaftje, driehonderd pagina's, verrassende wending aan het einde. Dat vindt de Kamer van Koophandel goed. Menig schrijver ook. De schoorsteen moet roken. Maar de Kamer van Koophandel heeft geen sjoege van kunst. Het resultaat is namelijk meer van hetzelfde. Waarom wordt die middelmatigheid dan gelezen? Ik denk dat veel mensen het lezen omdat anderen het ook lezen, zoals mensen ook laarzen dragen omdat ze dat anderen zien dragen. Als het maar literatuur lijkt, dan zal het ook wel literatuur zijn, denken ze (denk ik). Dit probleem is trouwens niet nieuw. Karel van het Reve beschrijft hoe dat bij Elsschot ook al zo werkte. 'Mijn theorie is eigenlijk deze: zouden er in die jaren in Nederland middelmatige, ja slechte verhalen gepubliceerd zijn, waarin zonder omhaal de bewoners van een Parijs pension beschreven werden, dan zouden de lezers van die tijd, gewend aan dat soort verhalen, opeens in dat hun bekende genre iets heel goeds hebben gevonden en misschien wel gretig opgepikt hebben. Maar die verhalen waren in geen velden of wegen te zien, en zo maakte Villa des roses, dat onsterfelijke meesterwerk, een kale en armetierige indruk.' Het rare is ook dat niemand er meer in gelooft dat iets ongewoons ook goed kan verkopen. Ik denk dan aan de bazin van HBO, de Amerikaanse kwaliteitszender, die niet alleen iets raars van haar serieschrijvers verwachtte, maar meer dan dat. En de vervolgens van de middelmaat afwijkende series als Six feet under en Carnivale werden populair. Een ander voorbeeld zijn de films van Monty Python. De leden van Monty Python konden voor hun films destijds nauwelijks een financier vinden. Ze kregen geld van George Harrison van The Beatles. En dat terwijl de dvd-uitgaven nu niet meer aan te slepen zijn. Typerend is de reactie die John Cleese, Monty Python-lid, ooit kreeg van een Hollywood-producer, op de vraag wat die zoal maakte. 'Alles, als het maar niet origineel is.' P. Kearney, kenner van erotische literatuur, zegt erover: '(...) het is onaangenaam te moeten constateren dat vandaag de dag drukkers en uitgevers in plaatsen als San Diego – die in staat zijn om in volledige vrijheid te werken en die te zamen een jaarlijkse geldomzet hebben die wellicht de cijfers van nationale defensiebudgetten benadert – niet in staat zijn om iets anders te produceren dan waardeloze troep.' Ook al was humor het thema van de boekenweek van 2007, er verschijnt volgens mij minder humoristisch proza dan ooit tevoren. Er is geen broedplaats waar speelse geesten zich kunnen ontplooien. Van de honderden tijdschriften is er niet één waarin mag geschreven worden in een stijl die de schrijver zelf aanspreekt, met de vrijheid die de schrijver zelf wenst, over onderwerpen die de schrijver zelf interesseert. Dag luchtig auteurschap. Voor de oudere generatie is dat niet zo erg; die heeft nog een mooie tijd gehad. Maar voor mij, de jongere generatie, is het een ramp. Het individualisme is voorbij, het is nu de tijd van je aanpassen aan de middelmaat. Billy Wilder zei aan het einde van zijn leven: 'De regisseur van nu heeft het veel moeilijker, die mag niets meer.' Ik ben ervan overtuigd dat als iemand ooit eens een keer van de middelmaat durft af te wijken, dat een heleboel positieve gevolgen heeft. Schrijver van ongewoon proza wordt gemotiveerd om verder te gaan. Lezers krijgen iets smaakvols voorgeschoteld. Ook voor uitgevers en drukkers moet het een stuk leuker zijn om je vak uit te oefenen. Vrolijkheid en hang hebben naar avontuur zijn geen slechte eigenschappen. Het is natuurlijk erg gemakkelijk van mij om de uitgevers de schuld te geven van de romanplas die zich intussen heeft ontwikkeld. Ik ben ook blij met ze omdat ze veel mooi werk wél uitgeven, zoals Maarten Biesheuvel, Paul Léautaud, Raymond Queneau, Kurt Vonnegut jr., Apolinnaire, André Baillon, Emil Ajar, enzovoort. Er is elke keer iemand geweest die zijn nek uitstak om hun werk gepubliceerd te krijgen. Iedereen die een boek koopt alleen maar omdat zo'n boek hoog in een bepaalde bestsellerslijst staat, is deel van het probleem. Bestsellerslijsten dicteren en niemand kan zich eraan onttrekken – hoewel eenieder met gezond verstand weet dat wat massaal populair is, niet kan deugen. Ook is er nauwelijks een boekhandel die zich niet slaafs aan die toptienterreur onttrekt. Ze zouden gek zijn want anders gaan ze failliet. Van creativiteit heeft de handel helaas geen kaas gegeten. Alles wat al heel populair is, maken we nog populairder, en wat beslist wel de moeite waard is, doen we nog minder moeite voor. Verscheidenheid sterft, originaliteit sterft, plezier sterft. Routine blijft over. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje van geld verdienen om rond te komen. Toch, als af en toe iedereen een stapje buiten de gebaande paden zou doen, dan zou dat de planeet, en dan in het bijzonder het gedeelte van ons laaglandje, wel goed doen. Het zou het leven een stuk interessanter, charmanter en geestiger maken. Het kost even wat moeite maar we zouden er een hoop vreugde op vooruit gaan.
De Satiricus |
||